spatiebalk

februari 2010

Wettelijke rentevoet historisch laag

In het Belgisch Staatsblad van 15 januari 2010 werd de nieuwe wettelijke intrestvoet voor het jaar 2010 meegedeeld, van toepassing in burgerlijke en handelszaken: deze bedraagt op vandaag slechts 3,25 %, een historisch lage rente.

Jaarlijks deelt de Federale Overheidsdienst Financiën, in de loop van de maand januari, de wettelijke intrestvoet mee. In 2009 en 2008 bedroeg de wettelijke intrest respectievelijk nog 5,5% en 7%.
Tot en met 2006 was de Belgische wettelijke rentevoet aan geen enkele marktrente gebonden. Vanaf 1 januari 2007 veranderde dat; vanaf dat moment wordt de wettelijke rentevoet elk jaar in januari door de Federale Overheidsdienst Financiën vastgesteld in functie van de marktrente. De wettelijke rentevoet stemt overeen met het gemiddelde van de Euribor-rentevoet op één jaar tijdens de maand december van het afgelopen jaar, afgerond naar het hoger gelegen veelvoud van 0,25%, en vervolgens verhoogd met twee percent.

>Een overzicht van de wettelijke rente sedert 1970 tot heden

>De wettelijke rente versus de contractuele rente

De wettelijke rente is de rente die de schuldeiser krachtens de wet kan vorderen van zijn schuldenaar die nalatig is gebleven bij het nakomen van een verbintenis tot betaling van een geldsom. De wettelijke rente kan gezien worden als een gefixeerde schadevergoeding voor het feit dat de schuldeiser schade lijdt omdat zijn debiteur te laat betaalt.

Wanneer partijen niets hebben afgesproken, kan de schuldeiser, als hij zijn contractspartij in gebreke heeft gesteld, aanspraak maken op de wettelijke rente over de periode dat de debiteur in gebreke blijft te betalen/in verzuim is. Het verzuim treedt in vanaf de in de ingebrekestelling genoemde fatale termijn. Dikwijls is evenwel vooraf overeengekomen dat de betaaltermijn van de factuur tevens de fatale termijn is, waarna de wettelijke rente zonder nadere ingebrekestelling verschuldigd is (gelijk aan de handelsrente zie verderop). Wettelijke rente is vervolgens verschuldigd vanaf deze fatale termijn tot de datum waarop uiteindelijk betaald wordt.

Partijen kunnen echter ook in hun overeenkomst vastleggen dat bij te late betaling een vooraf vastgelegd rentepercentage verschuldigd wordt. Als zij dat hebben gedaan dan is die contractuele rente verschuldigd, en niet de wettelijke rente. In de praktijk zal de contractuele rente hoger zijn dan de wettelijke rente. In de meeste algemene voorwaarden wordt een relatie tussen de contractuele en de wettelijke rente gelegd. In België kunnen de partijen bij een overeenkomst dus in principe zelf vastleggen welke interest verschuldigd zal zijn bij wanbetaling. De rechter heeft wel de bevoegdheid om excessieve intrestvoeten te milderen. Dit laatste geldt trouwens evenzeer voor schadevergoedingen en -bedingen die bijvoorbeeld in de factuurvoorwaarden worden opgenomen. Indien de partijen geen regeling treffen, zal doorgaans de wettelijke rentevoet van toepassing zijn, of zal er toepassing gemaakt worden van de Wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties.

>De wet van 2 augustus 2002 in een notendop

Bij wet van 2 augustus 2002 werd een bijzondere intrestvoet ingesteld die van toepassing is op elke transactie tussen ondernemingen die leidt tot het leveren van goederen of het verrichten van diensten tegen vergoeding.

Voor de toepassing van deze wettelijke intrestvoet bij betalingsachterstand bij handelstransacties dient niet te worden nagegaan of de transactie een daad van koophandel betreft. Elke handelstransactie tussen partijen die handelen in het kader van hun professionele werkzaamheden valt onder het begrip handelstransactie. Bijgevolg geldt deze intrestvoet niet alleen voor kooplieden maar ook voor vrije beroepen, ambachtslui en landbouwondernemingen.

De laatst gepubliceerde intrestvoeten, van toepassing in geval van betalingsachterstand bij handelstransacties, bedroegen voor het 1e en 2e semester van 2009, respectievelijk 9,5% en 8%. Deze intrestvoet is dus beduidend hoger dan de gewone wettelijke intrestvoet van toepassing in burgerlijke en handelszaken.

Inzake handelstransacties geldt dat bij gebreke aan betaling binnen de wettelijke termijn van 30 dagen, behoudens een andersluidende overeenkomst tussen de partijen, van rechtswege en zonder ingebrekestelling, een intrest verschuldigd is aan de schuldeiser tegen “de referentie-intrestvoet vermeerderd met 7 procentpunten en afgerond tot op het hogere halve procentpunt”. De referentie-interestvoet is gelijk aan “de interestvoet die door de Europese Centrale Bank wordt toegepast voor haar meest recente basisherfinancieringstransactie vóór de eerste kalenderdag van het betreffende half jaar in het geval de betrokken transactie wordt uitgevoerd door middel van een vaste-rentetender. In geval de betrokken transactie wordt uitgevoerd door middel van een variabele-rentetender is de referentie-interestvoet de uit deze tender voortvloeiende marginale interestvoet, zowel bij toewijzingen op basis van een enkelvoudige rentevoet, als bij toewijzing op basis van een meervoudige rentevoet”.

Gemakkelijkheidshalve wordt de rentevoet inzake handelstransacties periodiek gepubliceerd door de Federale Overheidsdienst Financiën. Op 1 februari 2010 heeft de Minister van Financiën de wettelijke intrestvoet meegedeeld die van toepassing is in geval van betalingsachterstand bij handelstransacties. Voor het eerste semester 2010 is deze intrestvoet vastgesteld op 8 %.

>Overzichtstabel interesten betalingsachterstand handelstransacties sinds de wet van 2 augustus 2002

Deze nota biedt geen alomvattend overzicht van alle mogelijke juridische oplossingen, maar wil enkel een toelichting bieden bij de recente evolutie in de wetgeving en/of rechtspraak die mogelijks voor uw dagelijkse praktijk nuttig kan zijn. Vanuit kantoor nemen wij de vrijheid u deze informatie kostenloos toe te sturen in het kader van de algemene kantoorwerking zonder dat dit kan gelden als eigenlijk juridisch dossieradvies.